We stegen met ne zucht… tot boven in de lucht

Foto’s

Na onze jungle-uitspatting doen we het vandaag wat rustiger. Nu ja dat was het plan. Maar uiteindelijk rusten staat niet in ons reiswoordenboek. We lopen de charmante stad weer helemaal plat. We hebben hier dagelijks een gemiddelde van 30.000 stappen, iets van een 25 km per dag. Ik hoop dat mijn wandelschoenen het uithouden want de grootste maat die we hier vinden is maat 42.

Naast een aantal bezienswaardigheden die we hier niet allemaal gaan beschrijven, bezoeken we het voormalige paleis (waar we vorige week in de regen niet binnen mochten) dat sinds de troonsafstand een museum is geworden met koninklijke prullaria. Ik ken mensen die dit een schitterend idee zouden vinden in België ;-) We moeten zelfs onze schoenen uitdoen, stel je voor, Sisavangvong (oude Koning) zou zich in zijn graf kunnen omdraaien als we met onze schoenen op zijn oude tapijten zouden lopen.

We laten ook nog een wasje doen van wat kleren. We doen alles in twee zakken en drukken hen op het hart dat de kleding van die bepaalde zak niet in de droogkast mogen…. Rara, ik zal nog wat kilo’s moeten verliezen om terug in mijn wandelbroek te geraken.

Onze laatste avond in Luang Prabang reserveren we in Tamarind, een buitengewoon restaurant aan de oevers van de Nam Khan, een zijrivier van de Mekong. Je kan er een avontuurlijk etentje bestellen. Er wordt je zelfs gevraagd hoe avontuurlijk het wel mag zijn. Exotisch eten kan hier héééél avontuurlijk zijn. Wij trekken onze stoute schoenen aan en willen voor heel exotisch gaan. De kelner vertelt ons (misschien gelukkig) dat dit wel een dag op voorhand moet besteld worden. Niet echt ontgoocheld gaan we dan maar voor de waterbuffel op de BBQ.

’s Anderdaags dinsdagmorgen om 8u30 (in België is het dan 2u30  ’s nachts)  komt een tuk tuk ons oppikken om naar het vliegveld te brengen. Ik ben er niet echt gerust in. Vlak voor we naar hier vertrokken is er een zelfde vliegtuig op dezelfde route verongelukt. Ook onze Rough Guide raadt Lao Airways ten stelligste af.  Het blijkt één van de onveiligste luchtvaartmaatschappijen te zijn ter wereld. Kortom, genoeg referenties om hier nooit mee te vliegen. Maar aan de andere kant lokt ons de twee nachten slaapbus om dezelfde afstand te overbruggen ook niet echt aan. Gisteren op de wilde wateren van de Nam Ou is gebleken dat onze tijd nog niet is gekomen, we gaan dus voor de rampmaatschappij.

Als we de luchthaven naderen voel ik toch vlindertjes in mijn buik. Ik hoop dat het een Boeing of Airbus is, maar als we onze rugzakken hebben ingecheckt en door de controle zijn, zien we alleen een ATR 72 (of zoiets).  Een propeller vliegtuigje met 68 plaatsjes.

We zitten aan onze gate voor inscheping te wachten als we de piloten het asfalt zien oplopen.  Ze hebben alvast de air van echte piloten. Ondertussen wordt het gevaarte volgetankt en komt er één of ander rijdende transformator langs om de batterijen bij te laden… hadden ze dit gisteren niet kunnen doen? De piloot komt terug uit het vliegtuig om het helemaal te checken.  Dit stelt me toch een beetje gerust tot hij op zeker ogenblik met meer dan gewone aandacht boven het neuswiel iets begint te onderzoeken. Hij gesticuleerd naar twee techniekers dat ze dringend moeten komen kijken.

De moed zakt mij in de schoenen. Waarom moet er vandaag iets met dat vliegtuig mis zijn… ik kan niet goed zien wat de techniekers uitrichten maar blijkbaar is de piloot hiermee tevreden. Zou ik onze rugzakken (en ons geld) nog kunnen terugkrijgen? Voor ik hierover verder kan nadenken doet een stewardess de deuren open en we mogen het tarmac op om in te stappen.

We zijn met zo weinig en iedereen is blijkbaar al aanwezig en voor ik mij nog over iets kan zorgen maken staat hij een half uur vroeger dan voorzien op de startbaan  en laat hij de propellers op volle toeren draaien. Voor je het goed en wel beseft hangen we al in de wolken. Lang geleden dat ik nog met een propellervliegtuig meevloog, maar al bij al hebben we een leuke vlucht.  Ik kan toch niet nalaten om de laatste minuten voor de landing uit te kijken naar een zwarte krater waar het andere vliegtuig neerstortte, maar kan gelukkig niets van deze tragedie merken.  Vliegen blijft al bij al een veilige onderneming… zelfs met AirLao ;-)

Minder dan een half uur na de landing zitten we al in ons nieuw onderkomen (Sang Aroun hotel) om de komende dagen het Bolavenplateau en Champasak te verkennen.

Pakse heeft niet dezelfde charmante uitstraling als Luang Prabang maar uiteindelijk gebruiken we het maar als onze uitvalsbasis. We bezoeken de rest van de middag de oude en de nieuwe markt een ‘Wat’ en een klein nogal onbeduidend museum.

markt

De oude markt is ongelofelijk groot en de goederen die hier staan opgestapeld nodigen niet echt uit om iets te kopen vinden wij. Ook het gedeelte waar het vlees wordt verkocht bezorgt ons bijna braakneigingen. Sommige verkopers doen moeite om hun vleeswaren in deze hitte (33°C) te beschermen tegen vliegen. Anderen laten ze lustig hun eitjes leggen. De bijhorende stank is niet te harden. Hilde zweert vandaag alvast bij vegetarisch.

Deel onze weg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *