Tagarchief: Pakse

Over koffie en heel veel water

Foto’s

We staan vanmorgen voor dag en dauw op en zitten al voor zeven uur aan de ontbijttafel. We hebben het gezelschap van een aantal Chinese zakenlui. We zijn nog niet goed aan het ontbijten of ik hoor vlak naast mijn oor gerochel. Het is alsof er eentje in mijn bord wil spugen. We zitten vlakbij de koffietafel en effectief ieder op zijn beurt komt zijn overschot aan rochel op minder dan 20 cm van mijn oor in het rochelbakje deponeren. Ik moet al mijn zelfbeheersing aanspreken om mijn hete tas koffie niet in zijn rochelbek te kappen. Verder ontbijten heeft geen zin.  Bende arrogante Chinezen die al rochelend, neuspeuterend, de ontbijtzaal terroriseren. Alsof dit nog niet genoeg is beginnen ze nog ostentatief te roken. Uit respect voor de Laotiaanse bediendes laat ik het aan mij voorbij gaan en we verlaten na een karig ontbijt de zaal.

Ik weet niet hoe jouw ervaringen in China waren Tiene maar China zakt uit onze top tien als reisbestemming.

Na deze arrogante openbaring van deze degoutante bende doen we hongerig onze helm op en vertrekken richting Bolavenplateau. We nemen de koffieroute richting Paksong. We moeten ongeveer 800 meter stijgen. Hopelijk heeft ons tweewielig ros voldoende paardenkracht om met onze hongerige lichamen deze hoogte te overwinnen. Het gaat zeer geleidelijk omhoog dus over onze paardenkracht hoeven we ons geen zorgen te maken. De hele weg wordt gedomineerd door koffie en thee. We passeren een gigantische koffiefabriek waar al de koffieboeren uit de bergen hun koffie kwijt raken. De weg echter eist al mijn aandacht op, want deze is bezaaid met kraters van dikwijls een dikke halve meter diep. Als je hier tegen 50 kilometer per uur in verzeild geraakt, kan je het wel schudden.

bolaven5

Na een dik uur brommeren, komen we bij de eerste waterval. De minder toegankelijke watervallen voor de minibusjes zijn voor ons brommertje kinderspel… Nu ja, we moeten goed uit onze doppen kijken, maar met een beetje schuiven en glijden lukt het ons wel.

bolaven1

Na de E-Tu waterval komen we en sympathieke madame uit Bouillon tegen, die al jaren in het vrijwilligers circuit zit en al in Marokko, Brazilië, Vietnam en nu hier in Laos met gehandicapte kinderen werkt. Ik vraag haar of we ergens een koffieplantage kunnen bezoeken en ze belt onmiddellijk naar een vriend die ons om 14 uur wil ontvangen. Ze geeft mij de telefoon door om zelf af te spreken en die vriend blijkt een Nederlander te zijn. Ik houd mijn zakken al dicht maar we kijken beiden uit naar dit bezoek.

bolaven6

Na deze waterval bezoeken we ook nog de Champee, de Tad Yuang (de charmantste en mooiste volgens ons) en uiteindelijk de Tad Fane waar de Hollandse vriend ons een rondleiding zal geven.

bolaven7

De watervallen zijn niet altijd even toegankelijk, maar de voldoening bij de kracht die het neerstormende water ontwikkelt, zijn we beiden blij dat we de hindernissen naar de viewpoints nemen. De natuur op zijn best.

bolaven8

Na een lichte maaltijd (ik hoor nog altijd het gerochel van deze morgen in mijn oor ;-) ) wachten we op onze beloofde rondleiding. Ondertussen wordt duidelijk dat dit ons 50.000 Kip gaat kosten. (€ 5,- per persoon). Niet overdreven duur als je het met de prijzen in België vergelijkt, maar geen enkele tempel of museum was tot nog toe zo duur… maar ja zoals ik al zei… Nederlander.

De rondleiding is alvast wel de moeite, we leren alles over Arabica en Robusta koffie. Van zaadje tot koffie. Dit is voor ons toch wel een nieuwe ervaring.  Als gepatenteerde koffiedrinker leuk om te weten waar dit goddelijke vocht vandaan komt.

De plantage is bezaaid met bomkraters die nog een souvenir blijken te zijn van de Amerikanen die tijdens de Vietnamoorlog hun overschotten aan bommen op de terugweg naar hun Thaise basissen in dit onherbergzaam gebied, de Laotianen niet te na gesproken, dropten.

Leuk om weten is ook dat hier vroeger vooral kardemom werd gekweekt, maar de Franse  overheersers rond 1950 beslisten hier anders over. Ik blijf tijdens onze wandeling op de plantage mooi in de voetsporen van onze Hollandse vriend, want volgens heel wat literatuur ligt het in deze omgeving nog vol met UXO’s (unexploded ordnance). Mister koffie stelt ons alvast gerust. Deze plantages zijn platgelopen en bovendien heeft ons Belgisch leger hier jaren bezig geweest met het ontmijnen. Maar niettegenstaande dat vallen hier nog alle jaren tientallen slachtoffers door die UXO’s.

bolaven2  bolaven4

Al bij al een zeer leerzame toer.  Als we de terugweg aanvatten begint het al te schemeren en als we Pakse bereiken is het zo goed als donker.

We laten ons na deze vermoeiende trip lekker gaan en wentelen ons in een luxueus dinertje in een Frans restaurant ‘Panorama’ op de zevende verdieping en geven met plezier € 17,- uit voor dit voortreffelijk etentje.

Vanavond is het weer tijd om in te pakken, we reserveren onze bus voor morgen naar de vierduizend eilanden. De finale van ons Laosbezoek.

Gemotoriseerd naar Wat Phou

Foto’s

Het was de bedoeling dat we vandaag het Bolavenplateau  (genoemd naar een etnische minderheid die er wonen: Laven) zouden verkenner. We willen dit nu ook weer doen met Green Discovery, een onderneming met oog voor duurzaamheid. We zijn ons bewust dat we met al die vliegtuigen die we nemen zelf niet als  ‘groene jongens’ mogen gecatalogeerd worden, maar we proberen dit dan wel op andere manieren goed te maken…. t.t.z. zo veel mogelijk. Maar hun prijzen brengen ons reisbudget in gevaar en we bedanken vriendelijk voor deze expeditie.

Bovendien werken noch de Maestro noch de Mastercard in deze afgelegen stad. We moeten wachten tot de bank morgen open gaat om onze centen wat aan te vullen.

‘s Avonds laat lukt het toch nog aan een automaat, maar ondertussen hebben we onze plannen gewijzigd.  Hiervoor gebruiken ze een leuk woord ‘Crisertunity’. Iedere crisis biedt wel op één of ander manier een opportuniteit. Wel tijdens het avondeten beslissen we om overmorgen met een gemotoriseerd voertuig de onderneming zelf te organiseren. We zullen morgen eerst wat proefdraaien naar ‘Wat Phou’ één van de meest indrukwekkende Khmertempels van Laos, ongeveer 40 km ten zuiden van Pakse met ons brommertje.

Na een stevig ontbijt met Larp (het nationale gerecht van Laos, bestaande uit pikant gehakt vlees of vis met een fris slaatje) en rijst, gaan we naar een verhuurbedrijfje recht tegenover ons hotel om te zien of ze iets degelijks hebben om hier een koppel dagen rond te toeren.

Een sympathieke gast geeft ons een 125cc met 4 versnellingen. Ik mag bovendien eerst een proefritje maken en voor minder dan € 6,- per dag en € 5,- voor iedere bijkomende dag mogen we starten. We moeten zelf nog wel tanken want dit is niet inbegrepen.  Voor € 3,- kan ik hem volledig voltanken. Een stuk goedkoper dan de € 84,- die we per persoon bij die organisatie moesten ophoesten.

WatPhou1

We rijden het eerste uur tegen een slakkengangetje naar Champasak en de iets verder gelegen ‘Wat Phou’. We doorkruisen een aantal plattelands dorpjes en onderweg wuift iedereen die op het veld aan het werken is alsof we een bekende buur zijn. Het gevoel van de wind door mijn haren… euh snorharen ;-) geeft een geweldig gevoel. De nabijheid van de Mekong en het Bolavenplateau dat het landschap overheerst, maken van dit ritje een ware droom voor iedere motar. (Misschien een ideetje voor de bende van Luc (Van Eester))

Champasak met zijn houten huisjes en bijna evenveel winkeltjes lijkt al eeuwen stil te staan, maar de producten die ze verkopen zijn toch met hun tijd mee geëvolueerd.

WatPhou5

‘Wat Phou’ een ruïne waar archeologen en kunsthistorici het niet over eens geraken uit welk tijdperk dit nu precies komt en wat nu precies wat betekent, maakt toch een diepe indruk op ons. Dit is al een voorproefje van de Khmer ruïnes die we volgende week in Cambodja in ‘Angkor Wat’ gaan bezichtigen. Hindoeïsme (we vinden hier beelden terug van Shiva, Brahma en Vishnu) , Theravadaboedhisme  gaan hier hand in hand. De oudste delen gaan vermoedelijk al terug tot de 6de eeuw en werden gebouwd door oude Khmer.

WatPhou4

Enfin wat er ook van zij, Laotianen geven hier elk jaar een feestje en in Vientiane mochten we al kennismaken met het feestgehalte van onze vrienden. Om hier een beetje de bomen door het bos te zien zal ik eens bij Pat en Leen C in de leer moeten gaan. Trouwens van bos gesproken, in deze bossen zouden nog beren zitten. Ik zie een aantal toeristen altijd angstig kijken als ze me zien aankomen, maar mijn brilletje verraadt me, denk ik ;-))

WatPhou2WatPhou3

In ieder geval deze periode en ruïnes fascineren ons.  Ik kijk al uit naar ‘Angkor Wat’.

We verliezen de tijd uit het oog en het is al een stuk in de namiddag als we de terugweg aanvatten.

WatPhou6_plat

We rijden Pakse voorbij en gaan noordelijk op zoek naar ‘Ban Saphai’ om de Laotiaanse versie van de Brugse kantklossters te gaan bekijken. Deze 15 km lange tocht hadden we ons kunnen besparen want we vinden hier niets van terug.

WatPhou7_brug

Als we het stof van deze vermoeiende tocht hebben afgewassen, gaan we op zoek naar een typisch Laotiaans restaurant, en dat vinden we niet ver van ons hotel onder de naam ‘Xuanmai’.

Ik kies voor een soort fijnproeversmenu voor welgeteld € 8,-.  Hilde gaat voor de eend. Schotel na schotel … een stuk of zeven in totaal passeren de revue. De één al pikanter dan de andere, maar allemaal ongelofelijk lekker. Ik vermoed dat er producten tussen zitten die we gisteren op de markt hebben gezien, maar het kan mij echt niet deren. Ook de keuken bekijk je best niet met een vergrootglas. Bovendien zouden mijn ex-collega’s van het voedselagentschap hier vermoedelijk gek worden (en eerlijk onze darmen soms ook) maar het is zo verdomd lekker…..

We stegen met ne zucht… tot boven in de lucht

Foto’s

Na onze jungle-uitspatting doen we het vandaag wat rustiger. Nu ja dat was het plan. Maar uiteindelijk rusten staat niet in ons reiswoordenboek. We lopen de charmante stad weer helemaal plat. We hebben hier dagelijks een gemiddelde van 30.000 stappen, iets van een 25 km per dag. Ik hoop dat mijn wandelschoenen het uithouden want de grootste maat die we hier vinden is maat 42.

Naast een aantal bezienswaardigheden die we hier niet allemaal gaan beschrijven, bezoeken we het voormalige paleis (waar we vorige week in de regen niet binnen mochten) dat sinds de troonsafstand een museum is geworden met koninklijke prullaria. Ik ken mensen die dit een schitterend idee zouden vinden in België ;-) We moeten zelfs onze schoenen uitdoen, stel je voor, Sisavangvong (oude Koning) zou zich in zijn graf kunnen omdraaien als we met onze schoenen op zijn oude tapijten zouden lopen.

We laten ook nog een wasje doen van wat kleren. We doen alles in twee zakken en drukken hen op het hart dat de kleding van die bepaalde zak niet in de droogkast mogen…. Rara, ik zal nog wat kilo’s moeten verliezen om terug in mijn wandelbroek te geraken.

Onze laatste avond in Luang Prabang reserveren we in Tamarind, een buitengewoon restaurant aan de oevers van de Nam Khan, een zijrivier van de Mekong. Je kan er een avontuurlijk etentje bestellen. Er wordt je zelfs gevraagd hoe avontuurlijk het wel mag zijn. Exotisch eten kan hier héééél avontuurlijk zijn. Wij trekken onze stoute schoenen aan en willen voor heel exotisch gaan. De kelner vertelt ons (misschien gelukkig) dat dit wel een dag op voorhand moet besteld worden. Niet echt ontgoocheld gaan we dan maar voor de waterbuffel op de BBQ.

’s Anderdaags dinsdagmorgen om 8u30 (in België is het dan 2u30  ’s nachts)  komt een tuk tuk ons oppikken om naar het vliegveld te brengen. Ik ben er niet echt gerust in. Vlak voor we naar hier vertrokken is er een zelfde vliegtuig op dezelfde route verongelukt. Ook onze Rough Guide raadt Lao Airways ten stelligste af.  Het blijkt één van de onveiligste luchtvaartmaatschappijen te zijn ter wereld. Kortom, genoeg referenties om hier nooit mee te vliegen. Maar aan de andere kant lokt ons de twee nachten slaapbus om dezelfde afstand te overbruggen ook niet echt aan. Gisteren op de wilde wateren van de Nam Ou is gebleken dat onze tijd nog niet is gekomen, we gaan dus voor de rampmaatschappij.

Als we de luchthaven naderen voel ik toch vlindertjes in mijn buik. Ik hoop dat het een Boeing of Airbus is, maar als we onze rugzakken hebben ingecheckt en door de controle zijn, zien we alleen een ATR 72 (of zoiets).  Een propeller vliegtuigje met 68 plaatsjes.

We zitten aan onze gate voor inscheping te wachten als we de piloten het asfalt zien oplopen.  Ze hebben alvast de air van echte piloten. Ondertussen wordt het gevaarte volgetankt en komt er één of ander rijdende transformator langs om de batterijen bij te laden… hadden ze dit gisteren niet kunnen doen? De piloot komt terug uit het vliegtuig om het helemaal te checken.  Dit stelt me toch een beetje gerust tot hij op zeker ogenblik met meer dan gewone aandacht boven het neuswiel iets begint te onderzoeken. Hij gesticuleerd naar twee techniekers dat ze dringend moeten komen kijken.

De moed zakt mij in de schoenen. Waarom moet er vandaag iets met dat vliegtuig mis zijn… ik kan niet goed zien wat de techniekers uitrichten maar blijkbaar is de piloot hiermee tevreden. Zou ik onze rugzakken (en ons geld) nog kunnen terugkrijgen? Voor ik hierover verder kan nadenken doet een stewardess de deuren open en we mogen het tarmac op om in te stappen.

We zijn met zo weinig en iedereen is blijkbaar al aanwezig en voor ik mij nog over iets kan zorgen maken staat hij een half uur vroeger dan voorzien op de startbaan  en laat hij de propellers op volle toeren draaien. Voor je het goed en wel beseft hangen we al in de wolken. Lang geleden dat ik nog met een propellervliegtuig meevloog, maar al bij al hebben we een leuke vlucht.  Ik kan toch niet nalaten om de laatste minuten voor de landing uit te kijken naar een zwarte krater waar het andere vliegtuig neerstortte, maar kan gelukkig niets van deze tragedie merken.  Vliegen blijft al bij al een veilige onderneming… zelfs met AirLao ;-)

Minder dan een half uur na de landing zitten we al in ons nieuw onderkomen (Sang Aroun hotel) om de komende dagen het Bolavenplateau en Champasak te verkennen.

Pakse heeft niet dezelfde charmante uitstraling als Luang Prabang maar uiteindelijk gebruiken we het maar als onze uitvalsbasis. We bezoeken de rest van de middag de oude en de nieuwe markt een ‘Wat’ en een klein nogal onbeduidend museum.

markt

De oude markt is ongelofelijk groot en de goederen die hier staan opgestapeld nodigen niet echt uit om iets te kopen vinden wij. Ook het gedeelte waar het vlees wordt verkocht bezorgt ons bijna braakneigingen. Sommige verkopers doen moeite om hun vleeswaren in deze hitte (33°C) te beschermen tegen vliegen. Anderen laten ze lustig hun eitjes leggen. De bijhorende stank is niet te harden. Hilde zweert vandaag alvast bij vegetarisch.