Tagarchief: Laos

De weg is onze bestemming

Foto’s

De woorden zijn van Confusius maar de leuze is ons. We zijn zestig dagen onderweg en nooit was een bestemming ons einddoel, ook nu niet. Maar daarover straks meer. Terwijl we dit eindverslag schrijven hangen we 12 km boven de wolken ergens tussen Bagdad en Boekarest.

Hilde_Erik

Vier landen in een notendop. Ze worden vaak in één adem ‘Zuidoost-Azië‘ genoemd, maar ze hebben alle vier zo hun eigenheid en cultuur.  Een top vier willen we niet maken, maar Laos stak er voor ons met kop en schouder bovenuit. Thailand op het einde van onze vermoeiende reis mogen we misschien niet te hard veroordelen, omdat vermoeidheid ons misschien parten begon te spelen. Vietnam staat bovenaan als het op eten aankwam en zijn fascinerende oorlogsverleden en Cambodja met zijn tempels van Angkor, gaf ons enkele onvergetelijke dagen.

Alle vier de landen hebben hun deel in de oorlogsklappen gekregen, maar de bevolking in deze landen zijn zo gefocust op de toekomst dat, alleen de musea en mijnslachtoffers je af en toe doen herinneren aan de gruwel van vechten en moorden.

In Laos waren we nog fris en de confrontatie met de adembenemende cultuur, hun ongelofelijk vriendelijke bevolking, de authenticiteit beviel ons het meeste. We stellen onszelf dan vaak de vraag: zou je er nog terug naartoe gaan? Vermoedelijk is de kans zeer klein, maar dit meer omwille van onze honger naar andere culturen, andere avonturen, andere wegen.

We reisden letterlijk van arm naar rijker. Dat viel enorm op. Zelfs in Vietnam was er een groot verschil tussen zuid en noord. Zowel Laos, Cambodja als Vietnam slagen er in om te groeien en daarbij hun eigenheid en cultuur te bewaren. Thailand daarentegen is onderhevig aan invloeden van buitenaf en verschilt daardoor zeer sterk van de andere drie landen. Dit is een eigen reflectie dus misschien ervaren andere mensen dit op een andere manier.

Tot gisteren hadden we 722 unieke lezers, onze blog is in 16 verschillende landen gelezen en is bijna 6000 keren geraadpleegd. We konden via Google Analytics al deze gegevens raadplegen, niet wie de blog las, maar wel hoe lang je op een pagina zat. Zo ook weten we precies welke dag we de meeste lezers hadden. Dit was 200 op de dag dat Hilde in de kliniek belandde. We kregen via diverse kanalen meer dan 300 aanmoedigingen en mailtjes van mensen die ons op de voet volgden. We zijn hier allemaal heel dankbaar voor, want dit was vaak de motivatie om na een zware dag toch weer onze belevenissen te bloggen.

We publiceerden 65 blogberichtjes, namen 6000 foto’s, waarvan jullie er zeker de helft te zien kregen. We sliepen op ongeveer 30 verschillende locaties, waarvan 2 nachten op een boot, 5 op een trein en 2 op het vliegtuig. De meest intensieve waren de 3 nachten bij de bergstammen in Luang Prabang, Laos en in Sapa, Vietnam.

Of we ooit heimwee hadden naar huis? Neen, al misten we natuurlijk familie en vrienden. De technologie zorgde voor contact, vooral met de kinderen en natuurlijk onze kleindochter Merel. Ook onze wandelingen met de hondjes misten we, maar we wisten dat ze in goede handen waren.

Waar de weg ons volgend jaar naar toe leidt? Een uitnodiging voor Tel Aviv kunnen we natuurlijk niet naast ons neerleggen, maar we hopen, als de gezondheid het toelaat, volgend jaar Canada en/of Alaska onder de loep te nemen. Al moet gezegd dat Hilde haar kennis van het Spaans dringend aan een opfrisbeurt toe is en dit kan best in Zuid-Amerika. Ook onze fietstocht naar het noorden van Denemarken ligt klaar om geconsumeerd te worden. Maar ons reis-spaarpotje verkeert in danig lamentabele staat dat Bulgarije en Roemenië ernstige kanshebbers zijn ;-).  Wordt alvast vervolgd.

Hopelijk genoten jullie van onze uitspattingen en voor de meeste onder jullie tot ergens op onze weg zeker ;-)

Khmer, here we come

Foto’s

We wisselen het ‘sabai di’ en ‘kop chai’ in voor ‘soo-a s’day’ en ‘orkoon’, Cambodjaans voor goeiendag en dank u wel. Met deze twee woordjes maak je hier veel mensen gelukkig. Maar voor het zo ver is maken we wel wat grens avontuurtjes mee.

Zaterdagavond boeken we onze bus en volgens de eigenaar van ons hotel is er geen probleem en zal er plaats zijn. Ik vraag of hij toch eens kan checken. Hij kan dit niet en dus vertrouwen we een beetje op het papiertje waarop het bedrag staat van de bus die ons naar Siem Reap zal brengen. Overzet en transfert op het vaste land (we zitten nog op één van de vierduizend eilanden) naar de internationale bus inbegrepen. Dat woord internationaal klinkt als muziek in onze oren, want dat betekent een comfortabele  bus.

Zondag, transfertdag. Klokslag 8 uur meert onze sampan aan en nadat we weer met veel te veel volk in ons schuitje zitten beginnen we aan de overtocht. Na tien minuten varen legt onze bootsman de motor stil. Wat gebeurt er … toch geen panne? We varen stroomopwaarts van de watervallen weg. Zijn bootje begint al lichtjes te draaien richting waterval. Ik kijk hoe ver het zwemmen is naar de oever. Blijkt dat één van de Françaises in onze boot haar hotel niet heeft betaald. De bootsman geeft mij zijn gsm door die ik aan de boosdoener doorgeef. Na wat geroep en een Franse colère blijkt het een vergissing te zijn en kunnen we onze tocht verderzetten.

De motor van het bootje slaat maar pas bij de derde keer aan. Ik zie weer het ‘Nam Ou’ spook opdoemen. Blijkbaar toch een licht trauma ;-)

We bereiken veilig de kade en na wat gewaggel en geschommel om uit de boot te geraken, brengt onze schipper ons naar een tafeltje bij één of ander gebouw in het dorp dat een kantoor moet voorstellen. Hier wordt ons gevraagd de visum formaliteiten in orde te brengen.

We vullen twee formulieren in, voegen er een pasfoto bij en moeten 30 dollar in onze reispas steken die de beambte, of iemand van wie je toch zou denken dat hij het is, bij zich houdt. In die dertig dollar zitten 2 dollar omdat het zondag is, 2 dollar health check??? En 1 dollar voor de chauffeur omdat hij al die reispassen in het douanekantoor zal laten voorzien van een stempel.

Als iedereen (we zijn op dat moment ongeveer met een 40-tal) zijn reispas heeft afgegeven, verdwijnt de beambte met al onze reispassen. We krijgen nog een groen briefje waar onze uiteindelijke bestemming op staat. Sommige rijden naar Phnom Penh en de reizigers (waaronder wij) die naar Siem Reap gaan moeten onderweg van bus wisselen.

Een andere persoon vraagt ons om hem te volgen naar de verzamelplaats van de bussen. Daar staat een bus waar iedereen wil instappen. Een paar meiden krijgen al toelating om in die bus te stappen. Er begint al wat wrevel te ontstaan omdat niemand goed begrijpt waarom die diep gedecolleteerde  meisjes voorrang krijgen… uiteindelijk moeten die ook terug uit die bus omdat het blijkbaar een bus is, die een andere bus in Pakse moet depanneren. Het is ondertussen al na tienen en de bus moet normaal om 11 uur vertrekken. No worries ;-)

bus3

Plotseling komen er twee aftandse minibussen de halte opgereden en dat blijken bussen te zijn die ons naar de grens zullen brengen, 18 km verder, waar onze internationale bus op ons wacht.

Iedereen wil instappen, maar de beambte roept dat we eerst moeten aanschuiven aan een tafeltje van nog een andere beambte die de bussen moet verdelen.  Braaf en gedwee schuift iedereen aan en geeft zijn groen briefje af en krijgt een wit in de plaats. (Groen boek… wit boek, precies een Belgische grap die ze hier met ons uithalen).

Sommigen moeten in de gele bus, anderen in een zilveren bus. Niemand snapt het nog, er zit geen logica achter. Ook onze reispassen zijn nog altijd niet terecht. Die zijn intussen door een gladde jongen in een plastic zakje meegenomen.

De zilveren bus is ondertussen al vertrokken en onze bagage die in het busje ligt, moet er terug uit omdat er te weinig plaats is. De bagage gaat bovenop de bus. Iedereen helpt zodat we zo snel mogelijk kunnen vertrekken en de internationale bus niet missen aan de grens.

Geloof het of niet we zijn nog geen 5 minuten weg of de bus valt stil. Heeft er weer iemand niet betaald? De chauffeur stapt uit houdt een vrouw met een brommertje tegen, die stapt af en onze chauffeur verdwijnt met haar brommertje….Iedereen zit vol ongeloof naar dit voorval te kijken. We zitten opeengepakt als vee in dat busje zonder airco, en nu? Sommigen stappen uit de bus en beginnen al te permitteren. Heeft volgens ons geen zin om tegen de straatstenen te liggen zagen, die kunnen ons toch niet helpen.

bus1

Tien minuten later zien we in de verte het brommertje terug aankomen en wat blijkt? Chauffeur heeft een busje met 6 liter diesel bij. Hij vult de tank bij en wij terug op weg.

Sommige mensen beginnen op de chauffeur af te geven maar Laotianen beginnen te lachen als je je kwaad maakt. Maken de Franse reisgidsen hier geen gewag van? Wij natuurlijk binnenpretjes.  De chauffeur geeft plankgas om de verloren tijd in te halen en we halen vermoedelijk nooit geziene snelheden met dit vehikel.  Plotseling horen we een lawaai van jewelste… er is een rugzak losgeraakt van het dak en bonkt tegen de achterruit en we zien hem nog voorthotsen op de weg. Met gierende remmen laat onze vriend ons busje stoppen en rijdt terug achteruit tot bij de rugzak. Een Duitse herkent haar rugzak, iedereen kijkt gespannen toe, maar Duitse kwaliteit kan tegen een stootje.

Na nog eens een kwartier bereiken we eindelijk de Cambodjaanse grens waar de mensen van het andere busje ongeduldig op ons zitten te wachten.

De Laotiaanse douane laat ons zonder verdere paperassen de grens over steken. We moeten de tweehonderd meter niemandsland te voet oversteken. Aan de Cambodjaanse grens staat een heel legertje soldaten, beambten en health checkers. Ieder om beurt moeten we de revue passeren. De gezondheidsbeambte houdt een soort van laser tegen onze keel. Na een biepje bekijkt de beambte eventjes haar laser en geeft groen licht…. Je bent gezond verklaard. Je krijgt nog een heus certificaat dat je de ganse reis in Cambodja moet bijhouden en laten zien aan de dokter moest je toch ziek worden????

Ondertussen verzamelen we allemaal aan Cambodjaanse zijde van de grens. 35°C. Nog altijd geen reispas, noch internationale bus. Er lopen er hier al een paar met schuim op hun lippen rond van ongeloof.

Rond halftwaalf komt er eindelijk een bus aan gereden waar de lading die van Siem Reap kwam hetzelfde spelletje douane, maar dan in andere richting, mag ondergaan.  Als iedereen uit de bus is, wil iedereen die naar Cambodja reist, natuurlijk een plaatsje in de bus nemen. De chauffeur van onze nieuwe bus…. nu ja nieuw… in België mag alleen NMBS met zulk materiaal rijden, stapt uit en zegt dat we ons moeten klaar houden en dat we binnen een half uur vertrekken. Internationale bus staat in ieder geval niet voor degelijke bus.

Eindelijk, paspoorten mét visum worden door onze gladde jongen uit het plastic zakje gehaald en teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars.

Rond half één komt dan eindelijk het verlossende nieuws. Iedereen kan mee met de bus. Ondertussen zijn er nog andere reizigers bij gekomen en we staan daar met meer dan zeventig met lede ogen naar ons busje te kijken.

bus2

Uiteindelijk gaan de deuren van de bus open. Hilde verzekert onze plaatsen terwijl ik er voor zorg dat de rugzakken in het ruim geraken. Enfin ik kan hier nog bladzijdes over vullen. Er moeten een vijftiental mensen op een klein stoeltje in het gangpad plaatsnemen. Het is bijna half twee als de bus eindelijk kan vertrekken.  Maar door de zware regenval van de laatste weken hier in Cambodja liggen de wegen er verschrikkelijk bij en halen we nog geen 50 kilometer per uur.

bus4

Als we net voorbij Kratie van bus moeten wisselen slaan bij sommige reizigers de stoppen door. Het is dan na tien uur ’s avonds en onze bus voor Siem Reap staat niet op de afgesproken plaats.

Uiteindelijk komt de bus met plaatsen die gemaakt zijn op Cambodjaanse grootte. De laatste 200 kilometer naar Siem Reap is zowaar nog slechter en het is bijna vier uur in de nacht als we in ons hotel arriveren.  Daar blijken de lakens van ons bed al beslapen te zijn. Wij zijn dan wel doodop, maar ik haal de nachtwaker er bij die ons na veel gegrom toch een andere kamer geeft.

Don Khon en de Irrawaddydolfijnen

Foto’s

De temperaturen lopen hoog op (tot 34 °C), de zon doet om zeven uur al volop haar best om alles op te warmen. Vandaag gaan we verder met de verkenning van de eilanden Don Khon en Don Det. Twee charmante eilandjes met dito bewoners.

Fietsen op de heide....

Op het kaartje dat we kregen staat geen schaal, maar aangezien we deze reis al diverse vervoermiddelen uitprobeerden behalve de fiets, beslissen we om de eilanden hiermee te verkennen.  Alle verhuurfietsen zijn hier echter op Laotiaans formaat gemaakt (net zoals mijn reddingsvestje op de Nam Ou dat eigenlijk niet groter was dan een BH voor mij). Ik voel mij een olifant op een trottinet. Maar goed het heeft dikke banden en met een kleine 12 km per uur gaan we alvast sneller dan te voet. We hobbelen over de onverharde paden, bezaaid met kuilen en dikke keien. Als we maar weer niet plat rijden, want onderweg komen we regelmatig een fietsenhersteller tegen.

Somphamit waterval

De eilanden blijken toch net iets groter te zijn dan ik dacht en we zijn blij dat we met ons dikke bannekes toch net iets meer kilometers kunnen afleggen dan te voet.

We starten bij de waterval ‘Somphamit’ een indrukwekkend zeer uitgestrekte waterval en één van de grootste van Zuidoost-Azië. Het debiet zou deze van de Niagarawatervallen nog overtreffen.

Vis vangen op de Somphamit waterval

Er is nog een groter exemplaar hier een beetje verder ‘Khon Phapheng’ die we via een georganiseerde trip kunnen bekijken. Maar deze schijnt gebetonneerd te zijn en minder indrukwekkend. Dus deze laten we aan ons voorbij gaan.

Na al dat watergeweld wandelen we een stukje verder naar een stukje strand waar je kan zwemmen.  Een Franse familie met drie kleine kinderen maakt hier volop gebruik van, maar ook deze beker laten we aan ons voorbij gaan. Het zit hier vol parasieten waar weinig kruid tegen gewassen is en voor alle zekerheid kunnen we hier maar beter voorkomen dan genezen. We nemen al iedere dag braaf onze Malarone, en gebruikten al een volledig busje deet tegen de dengue besmetting van muggen die overdag actief zijn. We zoeken het zo al meer dan genoeg zeker ;-)

Wassen in de Mekong

Trouwens over Franse familie gesproken. Laos stikt dus echt van de Franse toeristen. De imperialistische aspiraties van hun voorvaderen lokt blijkbaar hun nakomelingen naar hier om het koloniale werk van hun voorouders te bewonderen ;-)

We lezen in onze Rough Guide dat de Irrawaddydolfijnen voornamelijk in april en mei te spotten zijn.  Wij rijden met onze stalen rossen toch naar het punt waar de overzijde van de Mekong Cambodjaans grondgebied is. Gewiekste Laotianen laten goedgelovige toeristen in hun val lopen en toeren met hen een stukje op de Mekong, waar ze bovendien diezelfde brave toeristen op hun boot nog eens extra harde dollars laten betalen, omdat ze de Cambodjaanse territoriale wateren betreden. Als die bootslachtoffers terug aan wal zijn geloven ze bijna zelf dat ze dolfijnen gezien hebben… ze hebben ze wel gehoord maar waren nog net iets te ver weg om te zien…. Komaan zeg.

Wij genieten bij een fris drankje aan de oever en fantaseren over de zeldzame dolfijntjes en vervolgen onze weg naar Don Det. Ondertussen is het al weer middag en onze inspanning begint zijn tol te eisen… honger.

Waterbuffels die hun naam alle eer aandoen

Waterbuffels die hun naam alle eer aandoen

We vinden een leuk ‘Braziliaans aandoende’ pizzahut met Engelse eigenaars. We moeten onze schoenen uitdoen om het restaurant te mogen betreden. Zodra ik mijn schoenen uit heb zie ik een gitaar op één van de tafels liggen. Aangezien ik volgende week de jamsessie van de Gizon moet missen, kan ik het mij niet laten om de gitaar vast te pakken. Hoe het komt weten we niet, maar die gasten roepen meteen… come on Johnny Cash… Mijn hoed zal er wel voor iets tussen zitten zeker;-) Als ik een Cashke ten beste geef, zijn ze door het dolle heen. Ik mag eindelijk mijn Laosticker op mijn gitaar plakken, want ik heb wat Laotianen kunnen entertainen ;-)

Morgen wordt het een zeer afmattende dag, maar dat hoor je morgen wel.

Vierduizend eilanden

Vanmorgen nemen we ons ontbijt in een nabijgelegen hotelletje want gisteren hebben ze hier drie dubbeldekkers Thaise kinderen gedropt en het is vechten voor een plaatsje aan de ontbijttafel. Onze Chinese vrienden van gisteren aan de ontbijttafel indachtig, vinden we dit eigenlijk nog niet zo erg.

Om acht uur wacht het busje ons al op om ons naar de grote bus te brengen die met ons vandaag de drie uur durende rit naar de vierduizend eilanden zal maken. We hadden al een paar tips om op ‘Don Det’ ( een van de eilanden) te overnachten maar we kiezen toch voor het iets grotere ‘Don Khon-eiland’ dat iets rustiger schijnt te zijn. We rijden met een volle bus over hobbelige wegen, onderweg stopt de chauffeur zelfs om bouwmaterialen mee te nemen. Vermoedelijk een kleine bijverdienste. We betalen voor deze verplaatsing, overzetboot naar Don Khon en transfert van hotel naar busstation inbegrepen, zeven euro. We rijden, om naar de vierduizend eilanden te gaan, via een weg die ligt langs een groot natuurreservaat waar tijgers, olifanten en beren in het wild rondlopen. Uitstappen is hier echter geen optie ;-)

Zodra we onze eindbestemming bereiken, moeten we een eindje verder de overzet nemen. Dit blijkt echter een gewone sampan te zijn die volgestouwd wordt met tien mensen én hun bagage.  De boot slingert vervaarlijk en na mijn wateravontuur op de ‘Nam Ou’ ben ik precies toch wat minder waterrat.  Na een twintig minuten durende overzet, slingerend tussen de eilandjes, leggen we aan op Don Khon aan een geïmproviseerde aanlegsteiger (= zandzak). Iedereen geraakt droog aan wal en we kunnen weerom onze zoektocht starten naar een onderkomen.

Dit vinden we vrij snel in een oud omgebouwd hospitaal ‘Sala Don Khone’. We krijgen een gezellige bungalow toegewezen. Er staat geen glas in de ramen, maar een muggengaas zorgt er alvast voor dat we ’s nachts niet worden opgevreten door de muggen. Het is eigenlijk een droom van een onderkomen. Een terras met uitzicht op een prachtige tuin met kokospalmen en feeërieke verlichting. Als het donker is hebben we een volmaakte sterrenhemel, een ventilator boven ons hoofd om de muggen af te schrikken, geen TV en bovendien hebben we een spleet onder onze deur van bijna tien centimeter zodat ongedierte gemakkelijk zijn weg terug naar buiten vindt ;-) Ook heeft het restaurant een terras met prachtig uitzicht op de Mekong.  Voor ons alvast een toplocatie.  Hier gaan we de komende drie nachten wat bekomen van ons weer veel te hoge reistempo.

Deze eilanden zijn in de verschillende oorlogen helemaal ontzien en dat merk je inderdaad aan de authenticiteit. Trouwens, omwille van het opsplitsen van de Mekong met de vele kleine eilandjes ertussen, krijgt deze rivier hier een breedte van niet minder van 14 km.

Waar zijn de olifanten in het land van de één miljoen olifanten? We hebben nochtans mogelijkheden genoeg gehad om een olifant-riding of zelfs echte tochten met deze mastodonten te maken. We lezen echter zoveel over mishandeling van deze dieren hier dat we voor onze volgende slurfvriend wel eens naar de zoo van Antwerpen zullen tenen.

Een ander verhaal is dat van de Irrawaddydolfijn.  Ook een met uitsterven bedreigd. Er zouden er maar ongeveer 10 meer terug te vinden zijn hier in hun natuurlijke habitat. Dit komt omdat de dolfijnen vaak verstrikt geraken in netten van vissers die de dure netten niet wilden stuksnijden om de beestjes te bevrijden. Met als gevolg dat ze verdrinken. Sinds kort krijgen de vissers hun netten terugbetaald als ze de dolfijnen bevrijden. Ook het vissen met springstof, hetgeen vooral op Cambodjaans grondgebied gebeurt, (ligt hier vlakbij) heeft al veel dolfijnen het leven gekost, omdat ze door het lawaai van de ontploffing gedesoriënteerd geraken en zo sterven.

Morgen gaan we op onze duizendste gemakken op zoek naar de grootste watervallen van Zuidoost-Azië. Met of zonder dolfijnen.

In ons verslag van gisteren in Pakse zijn we nog vergeten vertellen dat we plat gereden zijn in de middle of nowhere, het enige hutje in de buurt was één waar een jonge gast zat die brommertjes repareerde en platte banden kon vervangen. Toeval of niet? We waren gered voor een habbekrats ;-)

Gisteren tijdens ons bezoek aan de koffieplantage raakten we aan de klap met een koppel Engelse uitwijkelingen van Adelaide. Zij hebben vorige maand rondgetrokken in Vietnam en dat zou véél goedkoper zijn dan Laos. Nog goedkoper? Leuk vooruitzicht :-)

Over koffie en heel veel water

Foto’s

We staan vanmorgen voor dag en dauw op en zitten al voor zeven uur aan de ontbijttafel. We hebben het gezelschap van een aantal Chinese zakenlui. We zijn nog niet goed aan het ontbijten of ik hoor vlak naast mijn oor gerochel. Het is alsof er eentje in mijn bord wil spugen. We zitten vlakbij de koffietafel en effectief ieder op zijn beurt komt zijn overschot aan rochel op minder dan 20 cm van mijn oor in het rochelbakje deponeren. Ik moet al mijn zelfbeheersing aanspreken om mijn hete tas koffie niet in zijn rochelbek te kappen. Verder ontbijten heeft geen zin.  Bende arrogante Chinezen die al rochelend, neuspeuterend, de ontbijtzaal terroriseren. Alsof dit nog niet genoeg is beginnen ze nog ostentatief te roken. Uit respect voor de Laotiaanse bediendes laat ik het aan mij voorbij gaan en we verlaten na een karig ontbijt de zaal.

Ik weet niet hoe jouw ervaringen in China waren Tiene maar China zakt uit onze top tien als reisbestemming.

Na deze arrogante openbaring van deze degoutante bende doen we hongerig onze helm op en vertrekken richting Bolavenplateau. We nemen de koffieroute richting Paksong. We moeten ongeveer 800 meter stijgen. Hopelijk heeft ons tweewielig ros voldoende paardenkracht om met onze hongerige lichamen deze hoogte te overwinnen. Het gaat zeer geleidelijk omhoog dus over onze paardenkracht hoeven we ons geen zorgen te maken. De hele weg wordt gedomineerd door koffie en thee. We passeren een gigantische koffiefabriek waar al de koffieboeren uit de bergen hun koffie kwijt raken. De weg echter eist al mijn aandacht op, want deze is bezaaid met kraters van dikwijls een dikke halve meter diep. Als je hier tegen 50 kilometer per uur in verzeild geraakt, kan je het wel schudden.

bolaven5

Na een dik uur brommeren, komen we bij de eerste waterval. De minder toegankelijke watervallen voor de minibusjes zijn voor ons brommertje kinderspel… Nu ja, we moeten goed uit onze doppen kijken, maar met een beetje schuiven en glijden lukt het ons wel.

bolaven1

Na de E-Tu waterval komen we en sympathieke madame uit Bouillon tegen, die al jaren in het vrijwilligers circuit zit en al in Marokko, Brazilië, Vietnam en nu hier in Laos met gehandicapte kinderen werkt. Ik vraag haar of we ergens een koffieplantage kunnen bezoeken en ze belt onmiddellijk naar een vriend die ons om 14 uur wil ontvangen. Ze geeft mij de telefoon door om zelf af te spreken en die vriend blijkt een Nederlander te zijn. Ik houd mijn zakken al dicht maar we kijken beiden uit naar dit bezoek.

bolaven6

Na deze waterval bezoeken we ook nog de Champee, de Tad Yuang (de charmantste en mooiste volgens ons) en uiteindelijk de Tad Fane waar de Hollandse vriend ons een rondleiding zal geven.

bolaven7

De watervallen zijn niet altijd even toegankelijk, maar de voldoening bij de kracht die het neerstormende water ontwikkelt, zijn we beiden blij dat we de hindernissen naar de viewpoints nemen. De natuur op zijn best.

bolaven8

Na een lichte maaltijd (ik hoor nog altijd het gerochel van deze morgen in mijn oor ;-) ) wachten we op onze beloofde rondleiding. Ondertussen wordt duidelijk dat dit ons 50.000 Kip gaat kosten. (€ 5,- per persoon). Niet overdreven duur als je het met de prijzen in België vergelijkt, maar geen enkele tempel of museum was tot nog toe zo duur… maar ja zoals ik al zei… Nederlander.

De rondleiding is alvast wel de moeite, we leren alles over Arabica en Robusta koffie. Van zaadje tot koffie. Dit is voor ons toch wel een nieuwe ervaring.  Als gepatenteerde koffiedrinker leuk om te weten waar dit goddelijke vocht vandaan komt.

De plantage is bezaaid met bomkraters die nog een souvenir blijken te zijn van de Amerikanen die tijdens de Vietnamoorlog hun overschotten aan bommen op de terugweg naar hun Thaise basissen in dit onherbergzaam gebied, de Laotianen niet te na gesproken, dropten.

Leuk om weten is ook dat hier vroeger vooral kardemom werd gekweekt, maar de Franse  overheersers rond 1950 beslisten hier anders over. Ik blijf tijdens onze wandeling op de plantage mooi in de voetsporen van onze Hollandse vriend, want volgens heel wat literatuur ligt het in deze omgeving nog vol met UXO’s (unexploded ordnance). Mister koffie stelt ons alvast gerust. Deze plantages zijn platgelopen en bovendien heeft ons Belgisch leger hier jaren bezig geweest met het ontmijnen. Maar niettegenstaande dat vallen hier nog alle jaren tientallen slachtoffers door die UXO’s.

bolaven2  bolaven4

Al bij al een zeer leerzame toer.  Als we de terugweg aanvatten begint het al te schemeren en als we Pakse bereiken is het zo goed als donker.

We laten ons na deze vermoeiende trip lekker gaan en wentelen ons in een luxueus dinertje in een Frans restaurant ‘Panorama’ op de zevende verdieping en geven met plezier € 17,- uit voor dit voortreffelijk etentje.

Vanavond is het weer tijd om in te pakken, we reserveren onze bus voor morgen naar de vierduizend eilanden. De finale van ons Laosbezoek.

Gemotoriseerd naar Wat Phou

Foto’s

Het was de bedoeling dat we vandaag het Bolavenplateau  (genoemd naar een etnische minderheid die er wonen: Laven) zouden verkenner. We willen dit nu ook weer doen met Green Discovery, een onderneming met oog voor duurzaamheid. We zijn ons bewust dat we met al die vliegtuigen die we nemen zelf niet als  ‘groene jongens’ mogen gecatalogeerd worden, maar we proberen dit dan wel op andere manieren goed te maken…. t.t.z. zo veel mogelijk. Maar hun prijzen brengen ons reisbudget in gevaar en we bedanken vriendelijk voor deze expeditie.

Bovendien werken noch de Maestro noch de Mastercard in deze afgelegen stad. We moeten wachten tot de bank morgen open gaat om onze centen wat aan te vullen.

‘s Avonds laat lukt het toch nog aan een automaat, maar ondertussen hebben we onze plannen gewijzigd.  Hiervoor gebruiken ze een leuk woord ‘Crisertunity’. Iedere crisis biedt wel op één of ander manier een opportuniteit. Wel tijdens het avondeten beslissen we om overmorgen met een gemotoriseerd voertuig de onderneming zelf te organiseren. We zullen morgen eerst wat proefdraaien naar ‘Wat Phou’ één van de meest indrukwekkende Khmertempels van Laos, ongeveer 40 km ten zuiden van Pakse met ons brommertje.

Na een stevig ontbijt met Larp (het nationale gerecht van Laos, bestaande uit pikant gehakt vlees of vis met een fris slaatje) en rijst, gaan we naar een verhuurbedrijfje recht tegenover ons hotel om te zien of ze iets degelijks hebben om hier een koppel dagen rond te toeren.

Een sympathieke gast geeft ons een 125cc met 4 versnellingen. Ik mag bovendien eerst een proefritje maken en voor minder dan € 6,- per dag en € 5,- voor iedere bijkomende dag mogen we starten. We moeten zelf nog wel tanken want dit is niet inbegrepen.  Voor € 3,- kan ik hem volledig voltanken. Een stuk goedkoper dan de € 84,- die we per persoon bij die organisatie moesten ophoesten.

WatPhou1

We rijden het eerste uur tegen een slakkengangetje naar Champasak en de iets verder gelegen ‘Wat Phou’. We doorkruisen een aantal plattelands dorpjes en onderweg wuift iedereen die op het veld aan het werken is alsof we een bekende buur zijn. Het gevoel van de wind door mijn haren… euh snorharen ;-) geeft een geweldig gevoel. De nabijheid van de Mekong en het Bolavenplateau dat het landschap overheerst, maken van dit ritje een ware droom voor iedere motar. (Misschien een ideetje voor de bende van Luc (Van Eester))

Champasak met zijn houten huisjes en bijna evenveel winkeltjes lijkt al eeuwen stil te staan, maar de producten die ze verkopen zijn toch met hun tijd mee geëvolueerd.

WatPhou5

‘Wat Phou’ een ruïne waar archeologen en kunsthistorici het niet over eens geraken uit welk tijdperk dit nu precies komt en wat nu precies wat betekent, maakt toch een diepe indruk op ons. Dit is al een voorproefje van de Khmer ruïnes die we volgende week in Cambodja in ‘Angkor Wat’ gaan bezichtigen. Hindoeïsme (we vinden hier beelden terug van Shiva, Brahma en Vishnu) , Theravadaboedhisme  gaan hier hand in hand. De oudste delen gaan vermoedelijk al terug tot de 6de eeuw en werden gebouwd door oude Khmer.

WatPhou4

Enfin wat er ook van zij, Laotianen geven hier elk jaar een feestje en in Vientiane mochten we al kennismaken met het feestgehalte van onze vrienden. Om hier een beetje de bomen door het bos te zien zal ik eens bij Pat en Leen C in de leer moeten gaan. Trouwens van bos gesproken, in deze bossen zouden nog beren zitten. Ik zie een aantal toeristen altijd angstig kijken als ze me zien aankomen, maar mijn brilletje verraadt me, denk ik ;-))

WatPhou2WatPhou3

In ieder geval deze periode en ruïnes fascineren ons.  Ik kijk al uit naar ‘Angkor Wat’.

We verliezen de tijd uit het oog en het is al een stuk in de namiddag als we de terugweg aanvatten.

WatPhou6_plat

We rijden Pakse voorbij en gaan noordelijk op zoek naar ‘Ban Saphai’ om de Laotiaanse versie van de Brugse kantklossters te gaan bekijken. Deze 15 km lange tocht hadden we ons kunnen besparen want we vinden hier niets van terug.

WatPhou7_brug

Als we het stof van deze vermoeiende tocht hebben afgewassen, gaan we op zoek naar een typisch Laotiaans restaurant, en dat vinden we niet ver van ons hotel onder de naam ‘Xuanmai’.

Ik kies voor een soort fijnproeversmenu voor welgeteld € 8,-.  Hilde gaat voor de eend. Schotel na schotel … een stuk of zeven in totaal passeren de revue. De één al pikanter dan de andere, maar allemaal ongelofelijk lekker. Ik vermoed dat er producten tussen zitten die we gisteren op de markt hebben gezien, maar het kan mij echt niet deren. Ook de keuken bekijk je best niet met een vergrootglas. Bovendien zouden mijn ex-collega’s van het voedselagentschap hier vermoedelijk gek worden (en eerlijk onze darmen soms ook) maar het is zo verdomd lekker…..

We stegen met ne zucht… tot boven in de lucht

Foto’s

Na onze jungle-uitspatting doen we het vandaag wat rustiger. Nu ja dat was het plan. Maar uiteindelijk rusten staat niet in ons reiswoordenboek. We lopen de charmante stad weer helemaal plat. We hebben hier dagelijks een gemiddelde van 30.000 stappen, iets van een 25 km per dag. Ik hoop dat mijn wandelschoenen het uithouden want de grootste maat die we hier vinden is maat 42.

Naast een aantal bezienswaardigheden die we hier niet allemaal gaan beschrijven, bezoeken we het voormalige paleis (waar we vorige week in de regen niet binnen mochten) dat sinds de troonsafstand een museum is geworden met koninklijke prullaria. Ik ken mensen die dit een schitterend idee zouden vinden in België ;-) We moeten zelfs onze schoenen uitdoen, stel je voor, Sisavangvong (oude Koning) zou zich in zijn graf kunnen omdraaien als we met onze schoenen op zijn oude tapijten zouden lopen.

We laten ook nog een wasje doen van wat kleren. We doen alles in twee zakken en drukken hen op het hart dat de kleding van die bepaalde zak niet in de droogkast mogen…. Rara, ik zal nog wat kilo’s moeten verliezen om terug in mijn wandelbroek te geraken.

Onze laatste avond in Luang Prabang reserveren we in Tamarind, een buitengewoon restaurant aan de oevers van de Nam Khan, een zijrivier van de Mekong. Je kan er een avontuurlijk etentje bestellen. Er wordt je zelfs gevraagd hoe avontuurlijk het wel mag zijn. Exotisch eten kan hier héééél avontuurlijk zijn. Wij trekken onze stoute schoenen aan en willen voor heel exotisch gaan. De kelner vertelt ons (misschien gelukkig) dat dit wel een dag op voorhand moet besteld worden. Niet echt ontgoocheld gaan we dan maar voor de waterbuffel op de BBQ.

’s Anderdaags dinsdagmorgen om 8u30 (in België is het dan 2u30  ’s nachts)  komt een tuk tuk ons oppikken om naar het vliegveld te brengen. Ik ben er niet echt gerust in. Vlak voor we naar hier vertrokken is er een zelfde vliegtuig op dezelfde route verongelukt. Ook onze Rough Guide raadt Lao Airways ten stelligste af.  Het blijkt één van de onveiligste luchtvaartmaatschappijen te zijn ter wereld. Kortom, genoeg referenties om hier nooit mee te vliegen. Maar aan de andere kant lokt ons de twee nachten slaapbus om dezelfde afstand te overbruggen ook niet echt aan. Gisteren op de wilde wateren van de Nam Ou is gebleken dat onze tijd nog niet is gekomen, we gaan dus voor de rampmaatschappij.

Als we de luchthaven naderen voel ik toch vlindertjes in mijn buik. Ik hoop dat het een Boeing of Airbus is, maar als we onze rugzakken hebben ingecheckt en door de controle zijn, zien we alleen een ATR 72 (of zoiets).  Een propeller vliegtuigje met 68 plaatsjes.

We zitten aan onze gate voor inscheping te wachten als we de piloten het asfalt zien oplopen.  Ze hebben alvast de air van echte piloten. Ondertussen wordt het gevaarte volgetankt en komt er één of ander rijdende transformator langs om de batterijen bij te laden… hadden ze dit gisteren niet kunnen doen? De piloot komt terug uit het vliegtuig om het helemaal te checken.  Dit stelt me toch een beetje gerust tot hij op zeker ogenblik met meer dan gewone aandacht boven het neuswiel iets begint te onderzoeken. Hij gesticuleerd naar twee techniekers dat ze dringend moeten komen kijken.

De moed zakt mij in de schoenen. Waarom moet er vandaag iets met dat vliegtuig mis zijn… ik kan niet goed zien wat de techniekers uitrichten maar blijkbaar is de piloot hiermee tevreden. Zou ik onze rugzakken (en ons geld) nog kunnen terugkrijgen? Voor ik hierover verder kan nadenken doet een stewardess de deuren open en we mogen het tarmac op om in te stappen.

We zijn met zo weinig en iedereen is blijkbaar al aanwezig en voor ik mij nog over iets kan zorgen maken staat hij een half uur vroeger dan voorzien op de startbaan  en laat hij de propellers op volle toeren draaien. Voor je het goed en wel beseft hangen we al in de wolken. Lang geleden dat ik nog met een propellervliegtuig meevloog, maar al bij al hebben we een leuke vlucht.  Ik kan toch niet nalaten om de laatste minuten voor de landing uit te kijken naar een zwarte krater waar het andere vliegtuig neerstortte, maar kan gelukkig niets van deze tragedie merken.  Vliegen blijft al bij al een veilige onderneming… zelfs met AirLao ;-)

Minder dan een half uur na de landing zitten we al in ons nieuw onderkomen (Sang Aroun hotel) om de komende dagen het Bolavenplateau en Champasak te verkennen.

Pakse heeft niet dezelfde charmante uitstraling als Luang Prabang maar uiteindelijk gebruiken we het maar als onze uitvalsbasis. We bezoeken de rest van de middag de oude en de nieuwe markt een ‘Wat’ en een klein nogal onbeduidend museum.

markt

De oude markt is ongelofelijk groot en de goederen die hier staan opgestapeld nodigen niet echt uit om iets te kopen vinden wij. Ook het gedeelte waar het vlees wordt verkocht bezorgt ons bijna braakneigingen. Sommige verkopers doen moeite om hun vleeswaren in deze hitte (33°C) te beschermen tegen vliegen. Anderen laten ze lustig hun eitjes leggen. De bijhorende stank is niet te harden. Hilde zweert vandaag alvast bij vegetarisch.

Bijna dood ervaring…

Profiel trekking Luang Prabang

Foto’s

De laatste dag van onze trekking gaan we terug via de ’Nam Ou‘ een aftakking van de Mekong die naar het noorden afbuigt. Voor we vertrekken krijgen we wat safety instructions. Komaan zeg wij hebben ‘de Lesse’ bij ons thuis. We trekken onze opblaasbare, meer stabielere kano dan een polyesterboot, op het water en weerom voelen we ons de koning te rijk.

trekkingDag3_1

Gisteren moesten we kiezen voor ofwel de wildwaterrivier ofwel een rustige rivierarm met een bezoekje aan het Wiskeydorp. De raad van onze toekomstige reisgezellen Maya en Joeri indachtig  dat dit dorpje een toeristentrap is, kiezen we unaniem voor de wildwaterversie.

De eerste versnellingen nemen we met verve. Al tien keer de afvaart van de lesse en de Semois achter de rug, een wildwaterrivier ergens in het noorden van Spanje, een rafting ergens in Duitsland.  Wat kan ons overkomen….

De derde stroomversnelling zie ik van ver afkomen. Dit is er eentje om ‘u’ tegen te zeggen. Ik zet mij schrap en we peddelen dat het een lieve lust is. Wij raken de eerste wildere golven en voor ik het goed en wel besef wat er gebeurt, lig ik in het water. Ik word naar beneden gezogen en paniek maakt zich van mij meester. Ik trappel en slaag met mijn armen dat het een lieve lust is. Ik kom eventjes boven en word onmiddellijk weer naar beneden gezogen. Ik kan nog net om hulp roepen. Hilde is verrast dat ze alleen in de boot zit en ziet mij paniekerig in het water onder en boven gaan.  Ze roept mij toe dat ik met mijn voeten vooruit en opgetrokken het wildwater moet trotseren. De explosie aan kracht die ik moet aanwenden kosten al mijn krachten. Het is bijna alsof ik berust. Ik kan gewoon niet meer. Plotseling zie ik Hilde, mijn heldin van de dag, op vijf meter afstand. Met een bovenmenselijke krachtinspanning kan ze mij haar peddel aanreiken. Met moeite kan ik hem grijpen. Ze trekt mij dichter bij de boot en grijpt mijn arm.  Ze roept dat ik de boot moet vasthouden, uiteindelijk zitten we nog altijd in die helse stroomversnelling en heeft ze zelf al haar kracht nodig om de boot recht te houden.

Ik roep dat ik niet meer kan en ik voel mij terug van de boot afglijden. Ze roept dat ik moet proberen de touwen achteraan de boot te grijpen.  Gemakkelijk gezegd terwijl ik deze stroom probeer leeg te drinken. Ik heb al een liter of tien van dit zeer lekker water van de Nam Ou binnen. Ondertussen proberen onze twee gidsen ons terug te bereiken, maar tegen dit geweld zijn zelfs twee ervaren peddelaars niet opgewassen. Uiteindelijk kan ik de touwen achteraan de boot vastgrijpen en kan Hilde mij naar kalm water terug roeien. Ik ben volledig uitgeput en kan zelfs in kalm water niet meer in de boot geraken. Uiteindelijk trekt Hilde mij terug in de boot met hulp van Phai en Mued.

trekkingDag3_2

Wij meren aan op een strandje dat ik in normale omstandigheden zou classificeren als idyllisch.

Dit mag je gerust als een bijna dood ervaring  bestempelen. Maar na een BBQ-visje en sticky rice met lekkere groenten, hervind ik mijn moed en varen we de laatste kilometers langs een veel rustigere Nam Ou.

Strandlunch - kayaking

Al bij al een geweldige ervaring geweest, het wildwaterfestival niet te na gesproken. Ook met dank aan onze uitstekende gidsen. Bovendien zijn onze reisgezellen uit Frankfurt twee fantastische mensen die deze tocht nog een stuk aangenamer hebben gemaakt.

Als we terug in ons hotel arriveren laten we een eerste wasje van onze kleren doen en nemen zelf een verkwikkende douche die wonderen doet.

We gaan voor een Indisch restaurant want de sticky rice hoeft vanavond echt niet op het menu. Het Nanbroodje met look en kaas smaakt overheerlijk en voor het eerst geven we onszelf over aan een fles wijn.

Na het eten moeten we de knoop doorhakken voor ons vervoer naar Pakse… mmmm… niet gemakkelijk, maar we gaan toch maar voor het veiligste vervoermiddel… Maar dat kom je morgen wel te weten.

Reizen in de tijd langs oude bergstammen

Foto’s

Vrijdagochtend zijn we al om 7u30 klaar met ons ontbijt. Onze dagrugzak is gepakt voor 3 dagen jungle. De nacht is vanwege de opwinding voor deze tocht veel te kort geweest.

Om 9 uur maken we kennis met het Duitse koppel en onze gidsen, Phai en Mued, die ons tijdens deze drie dagen gaan vergezellen. Layla en Christian zijn twee jonge Duitsers uit Frankfurt. Je kan mensen natuurlijk nooit wegen op het eerste zicht, maar we voelen ons onmiddellijk op ons gemak bij deze mensen.  Omwille van de 2 Laotiaanse gidsen, spreken we af dat we Engels zullen spreken.  Phai is de hoofdgids, geboren als Khmu (de stam waar we de eerste nacht verblijven) en Mued, geboren Laotiaan, de assistent gids en kok. Let the journey begin.

trekking1

Ik voel mij precies een figuurtje uit Tolkin’s ‘In de ban van de ring’. Wij staan te trillen op onze benen van opwinding. Een busje haalt ons op om ons na een dik uur buiten Luang Prabang af te zetten. Er zitten ook nog twee sympathieke Chinese dames bij van Hongkong die zelfs een vijfdaagse wagen in dit onherbergzaam gebied. Moedige meiden denken we allemaal. Ze zijn er zelf ook niet echt gerust in.

Een kwartiertje nadat we deze moedige meisjes hebben afgezet is het onze beurt. Wij hebben een rugzakje bij met het hoogstnodige.  Ook krijgen we elk 3 liter water om de dag door te komen. De eerste honderd meters gaan licht bergop, we zijn geoefend en geen berg of heuvel kan ons op de knieën krijgen… denken we. Al vlug wordt heel duidelijk dat dit niet voor poesjes is. Laotianen leggen hun paden over het gebergte in een rechte lijn aan. Zigzag… nog nooit van gehoord. We moeten bijna 2u30 aan een stuk klimmen, bij deze tropische hitte recht een berg opklauteren…. Ik ben bang dat mijn motor gaat ontploffen.  Vooral we willen een goede indruk maken bij ons veel jonger gezelschap en we gaan eigenlijk een beetje (veel) in overdrive.

Ook nu weer loopt het zweet in beken van ons lichaam en we zijn dan ook dolgelukkig dat onze gidsen een paar bananenbladeren uitspreiden en ons middagmaal tevoorschijn toveren. Ongelofelijk hoe dit smaakt. Voor ons ongezien. Als Vilvoorde nog eens bij ons komt dineren, zal het op bananenbladeren zijn ;-).

trekking2

Na het eten wordt het iets dragelijker, we maken bijna 1500 hoogtemeters, maar het gaat geleidelijk aan. De eerste confrontatie met de Hmong is bijna aangrijpend. Je houdt het niet voor mogelijk, dit is een sprong van misschien wel 500 jaar in de tijd. Het is onwezenlijk.  Ik weet dat ik met enkele mensen een polemiek kan starten over in hoeverre het verantwoord is om stammen zoals de Hmong met ons bezoek te vereren. Ik ben er zelf eigenlijk niet uit, maar dit is wat ons betreft zeer confronterend.

trekking4_pomelo trekking3_tamarint

De ganse namiddag trekken we door de jungle. Iedereen heeft last van bloedzuigers, behalve ik. Maar tijdens een pauze voel ik precies iets kriebelen aan mijn enkel. Als ik mijn broek omhoog trek, zitten mijn enkels volledig onder het bloed.  Ook mijn andere enkel heeft er van, bij mij is het natuurlijk niet moeilijk met al die bloedverdunners die ik moet nemen. Die rotbeesten hoeven hun bek maar tegen mijn enkels te zetten en kunnen zich laten vollopen zonder dat ze er moeite moeten voor doen.

De laatste 5 kilometers leggen we bijna lopend af. De duisternis begint te vallen en zelfs onze ervaren gidsen willen niet in het donker door de jungle lopen. Nog net voor de duisternis en na een goeie 20 kilometer komen we aan in een Khmu-dorp. Een bergstam die bestuurd wordt door een soort van stamhoofd. We moeten per persoon 50 eurocent aan het hoofd van de gemeenschap geven om er te mogen blijven slapen.

trekking5_Slaapplaats

Nu ja slapen… Ik moet eerlijk toegeven dat ik stilletjes hoopte dat we een onderkomen zouden krijgen speciaal voor ons ingericht voor de gelegenheid… Niets is echter minder waard. We krijgen een hut – of eigenlijk schuur –  waar we met ons vieren worden ondergebracht. Onze gidsen nemen genoegen met een plaatsje onder een afdakje. Hadden we nu toch maar onze lakenzak meegenomen…

De gids vertelde ’s morgens dat we na de wandeling een verkwikkende douche kunnen nemen…, uit het kraantje op een open pleintje kwam maar een zeer dun straaltje. Dus het zal maar een kattewasje worden. Volgens de WHO heeft iedereen recht op drinkbaar water…. hier zijn ze er toch zeer zuinig mee zulle… Bovendien staat hiervan drinken gelijk aan buiktyfus.

We moeten eerst wat spinnen verjagen om ons onderkomen iets gezelliger te maken. Layla die duidelijk geen spinnenliefhebber is, is door het dolle heen als ik haar vertel dat een spin koudbloedig is. Het fabeltje dat ieder mens tijdens zijn leven 8 spinnen zou verorberen is natuurlijk volledig onwaar. Een spin zou het nooit in zijn hoofd halen om dicht bij een mens te komen. Het zou hetzelfde zijn dat wij onze hand op een brandend vuur leggen. De klamboe hang er wel maar het ding zit vol gaten dus het nut ervan ontgaat me wel een beetje. En het matrasje met de oude versleten lakens en deken dat al door iedereen en alleman is gebruikt, zijn niet erg aanlokkelijk.

Die avond tovert onze assistent-gids/kok een lekkere maaltijd uit zijn hoed. Ik durf wel geen kijkje te nemen in zijn keuken. Maar het is ongelofelijk lekker en het smaakt.

trekking6_zangers

Na het eten worden we vergezeld door een zwerm kinderen die natuurlijk blij zijn met wat opwinding in hun dorp. We delen onze Pomelo die we uit de jungle meebrachten. We hebben een onvergetelijke avond.  We slagen er zelfs in om de kinderen met de hulp van onze tolk/gids te laten zingen.

De tweede dag vertrekken we na een ontbijt van drie spiegeleieren en sticky rice. We lopen langs een klein gebouw met een bevallingskamer/operatiekwartier en in de aanpalende kamer drie bedden waar nog geen 10 cm tussen de bedden zit. Hoe ze hier ne zieke in zijn bed krijgen is mij een wonder. Een van onze metgezellen, Layla is kinderarts en bekijkt dit natuurlijk met iets meer interesse dan wij.

Een beetje verder zien we een gebouw dat dienst doet als schooltje. Hier komen de kinderen van de omliggende stammen naartoe. Ik verzeker jullie dat er veel bij zijn die voor dag en dauw moeten vertrekken om hier op tijd te geraken…en zonder schoolbus.

trekking7_dorpstafereel

Ook passeren we nog twee andere stammen waar we in het eerste dorp een pauze nemen met taferelen die ons bevattingsvermogen ver te boven gaan. In het tweede dorp eten we een noedelsoepje en sterken we aan met bananen. Het is een zeer gevarieerde tocht door stukken jungle, over bergkammen met wijde uitzichten, door hopvelden, rijstvelden… In één woord: prachtig!

Mued, onze kok/gids, leert ons verschillende vruchten uit de jungle kennen. Hier kom je nooit om van honger, maar je moet wel weten wat je mag eten.

We besluiten onze laatste nacht door te brengen bij een Laotiaanse familie. Een weduwe die net haar man is verloren en samenwoont met haar kleinzoon. Onze slaapkamer verschilt niet veel van ons vorig onderkomen, maar we klagen niet.

trekking9_waden

Hier wordt het woord douche vervangen door’ rivier’. We wassen ons in zwemtenue in de Nam Ou. De vrouwen moeten zich iets discreter met een sarong bedekken. Probeer je zo maar eens te wassen. De kinderen uit de buurt komen onze kunsten bekijken en als Hilde haar sarong per ongeluk van haar lichaam glijdt en ze haar bikini zien, vallen hun ogen bijna uit hun oogkasten. Blijkbaar nog nooit wit vlees gezien ;-).

De sissende sampan

Foto’s

Het regent… wat zeg ik, we worden overvallen door een tropische regenbui. Het voelt aan als een warme douche.  Door en door nat beginnen we met de beklimming van de Phousi. Het geografisch spirituele middelpunt van de stad, een heilige heuvel. Niet veel te zien maar in normale omstandigheden heb je een goed uitzicht over de stad.  De regen gooit roet in het eten. We moeten op zeker ogenblik echt gaan schuilen omdat het water met bakken uit de lucht valt.

coverBoek

Wat Xieng Thong in Luang Prabang (Cover Rough Guide)

Op de betonnen rand van 20 cm, zo’n honderd meter boven de Mekong, zit er een monnik te studeren. We spreken hem aan en hij vertelt honderduit.  Hij studeert Japans en wijdt ons in in de wereld van de novicen en monniken. We hebben een leuk gesprek. Hij vertelt over de etnische groepen in Laos, het Theravadaboeddhisme en het Animisme (grootouderverering). Wij vertellen hem over de Belgische jongeman die naar een Monnikenklooster wil gaan en de toestemming niet krijgt van de rechter.  Hij kijkt heel bedenkelijk. Hij bekijkt onze reisgids en zoekt naar herkenbare woorden … als je Japans kan leren zal Nederlands wel niet zo moeilijk zijn zeker, denk ik.  Hij lijkt inderdaad een talenknobbel te zijn.

monk

De regen blijft aanhouden en uiteindelijk besluiten we na een onderhouden halfuurtje de tocht naar de top verder te zetten. Daar schuilen we nog eens een half uur, maar onverminderd blijft het gieten. We zetten het op een drafje naar beneden en zoeken ons heil in het voormalige presidentieel paleis waar het Nationaal museum onderdak vindt. Als de bewaker van al dat moois ons ziet komen aangelopen zet hij nog vlug een bordje met ‘Closed’.

Hij doet teken dat het voor een half uurtje de moeite niet meer is om het museum te bezoeken en doet teken naar onze kleren dat we niet met deze druipende vodden binnen mogen, we moeten maar in de namiddag terugkomen….gggrrrrr…

Wij zoeken dan maar een etablissement op waar we iets warms kunnen drinken en trekken droge kleren aan.

In de namiddag laten we ons overzetten in een ware ‘sissende sampan’ stijl en gaan iets drinken aan de overkant van de ‘Nam Khan rivier’ in ‘Dyen Sabai’ een leuke kroeg in jungle-stijl.  Gentlemen als ik ben laat ik Hilde eerst in het bootje klimmen ;-). Als ik zie dat de boot blijft drijven kruip ik er bij. Met een roeier vooraan en eentje achteraan op dit 10 meter lange gevaarte dat zo wankel is als een zatte Pool, waggelen we naar de overkant. Daar aangekomen komt maar pas de moeilijkheid: uit dit gevaarte kruipen. Zodra ik mij rechtzet om op de glibberige oever te kruipen begint het gevaarte te schommelen dat het een lieve lust is. Gelukkig geraken we beiden, een vuile broek niet te na gesproken, aan wal. We kruipen de glibberige heuvel op waar een paar geïmproviseerde leuningen met bamboestokken ons veilig naar boven brengt. Boven gekomen vergeten we snel ons avontuur en genieten van enkele happy hour cocktails op een onvergetelijke locatie.

sampang

Normaal wordt er na het regenseizoen een bamboebrug over dit stuk Nam Khan rivier (kleine aftakking van de Mekong) gelegd na het regenseizoen, maar na de regenervaring van vandaag is dit regenseizoen duidelijk nog niet ten einde.

We beslissen om niet meer de steile glibberige oevers te trotseren en besluiten om de oude brug terug naar de overkant te nemen…. Wat is dat joh… Een houten brug op 30 hoog met vermolmde planken, en dit 200 meter lang. Een monnik die ons kruist heeft plezier als hij mij nogal gecrispeerd over de brug ziet lopen. Ja lach maar denk ik bij mezelf. Jij weegt nog geen 30 kilo nat gewogen en ik… Ik voel het glibberige vermolmde hout vervaarlijk onder mijn voeten kraken. Ik roep naar Hilde dat ze toch maar best niet te dicht in mijn buurt loopt. Ik  denk dat we in de toekomst nog straffe verhalen over deze brug gaan lezen…

brug

Voor de volgende dagen geven ze terug iets beter weer en we besluiten om morgen nog een gok te wagen en een trekking in de bergen te plannen. We nemen een organisatie onder de arm ‘ Green Discovery’ die ons van een Hmong gids voorziet die ons naar de bergstammen zal begeleiden. We overnachten de eerste nacht bij de ‘Hmong’.  De tweede nacht brengen we door bij ‘Lahu-stam’. De derde dag komen we met een kano via een wildwaterrivier terug naar Luang Prabang. Van het bedrag dat we de organisatie betalen gaat de helft naar de bergvolkeren voor de verbetering van hun infrastructuur. Toch wel spannend.

We bekijken stilaan ook al de optie om na deze expeditie verder te reizen naar het zuiden richting Cambodja. Maar….

Net voor we vertrokken uit België stuurde mijn klein broertje ;-) mij een berichtje door van een vliegtuig dat op de route Luang Prabang – Pakse is verongelukt. Volgens de grappige reisbureaubeambte die ons gerust stelt was het een Frans vliegtuig dat ze nog maar vier maanden in dienst hadden. Hij slaat op zijn bil en begint te lachen als hij vertelt dat het nog niet afbetaald was.  Ook alle reisgidsen raden af om met Air Lao te vliegen… Zullen we toch maar de nachtbus nemen door het kronkelige gebergte? Wordt vervolgd.