Liefdesverklaring van een oververhitte douanier

Het draadje van internet is hier net iets te dun…foto’s geraken er voorlopig niet door 😉

Verkeerd visum

We zitten in Mechelen te wachten op de trein die ons naar de luchthaven zal brengen als plots de paniek ons om het hart slaat. Steekt het visum van Israël nog in onze reispas? Want een van de landen die nogal moeilijk doet bij het zien van een Israëlisch visa is inderdaad… India. Gelukkig is het slechts een los papiertje dat de Israëlische autoriteiten in onze reispas staken. In Israël zijn ze er zich terdege van bewust dat een bezoekje aan hun land voor de nodige commotie kan zorgen aan andere grensposten. Bovendien zit het papiertje er niet meer in en hoeven we ons hierover geen zorgen te maken.

Indische haardroger

De acht uur durende vlucht naar Mumbai verloopt vlekkeloos. Als we echter het Iraans grondgebied overvliegen via Teheran en rakelings het Afghaanse Kandahar en het Pakistaanse Karachi passeren, krijg ik de vlinders in mijn buik pas opnieuw onder controle als we eindelijk Indiaas grondgebied binnenvliegen.

Vluchtgegevens
Vluchtgegevens

De temperatuur in Mumbai is van een andere orde dan die van ons startpunt. Zodra we landen, verwittigt de piloot ons dat er nog altijd 29°C rond onze oren worden geslagen. We laten het ons welgevallen. Het is alsof een gigantische Indische haardroger zijn nieuwe gasten verwelkomt.

De naam Mumbai wordt nog maar pas sedert 1996 gebruikt. Daarvoor was het Bombay, doch de luchthavencode is nog altijd ‘BOM’.

In het leven zoals het is op ‘Mumbai luchthaven’, kreeg Hilde meteen een liefdesverklaring van een oververhitte douanier, die gelukkig tevreden was met Hildes vingerafdrukken.

Prepaid taxi

We krijgen vooraf de raad om op de luchthaven te zoeken naar een prepaid taxi die ons naar het hotel voert. Het is ondertussen na één uur ’s nachts plaatselijke tijd, ons lichaam staat nog op vier uur dertig minuten vroeger en we capteren onmiddellijk het plaatselijk uur. We voelen ons behoorlijk moe. We laten ons dan ook door de eerste de beste ‘would be taxi’ naar ons hotel voeren en betalen wellicht het dubbele van wat gebruikelijk is. Gelukkig nog altijd minder dan de helft van wat ze in België zouden aanrekenen. We slalommen door het nachtelijke Mumbai en de aanblik van de slums of Dharavi, de sloppenwijken die we ook zagen voorbij schuiven bij de landing, doen mistroostig aan. Naar het schijnt 1 miljoen mensen die daar gehuisvest zijn… Huisvesting heeft bij ons een totaal andere betekenis. Als je dan weet dat er per 15000 (je leest het goed, 15 met drie nullen) mensen slechts één toilet is, kan je alleen maar hopen dat hun darmen getraind zijn op… inhouden.

Ongeïdentificeerde creaturen

Onze kamer is klein en naar onze normen cava. Als we onder de wol kruipen horen we het over en weer lopen van ongeïdentificeerde creaturen. Ik vrees dat het muizen zijn, of erger: ratten. Ondertussen is het twee uur en de idee dat die rotbeesten IN onze kamer zitten houdt ons wakker. Uiteindelijk worden we toch overmand door slaap en worden we een paar uren later wakker zonder dat we opgegeten zijn door ongedierte. Achteraf blijkt dat we onder ijzeren golfplaten liggen en dat het vogels en apen zijn die beslisten om de nog warme golfplaten te gebruiken voor hun nachtelijke excessen.

Het restaurant, een hoek verder dan waar wij gelegerd zijn, bezorgt ons niet onmiddellijk een ontbijtorgasme maar de toast met jam, of toch iets wat er heeft tegen gelegen, zorgt er voor dat we de voormiddag zonder honger doorkomen.

Gateway to India

Waar beter in Mumbai kan je beginnen dan de ‘Gateway to India‘, een drukke plaats bij de haven, getooid met hun eigenste Arc de Triomphe. We hebben als enige blanke heel wat bekijks en net zoals in China worden we regelmatig gevraagd om mee hun foto’s te animeren.

Gateway to India
Gateway to India

You love it or you hate it

Van India wordt vaak gezegd, “You love it or you hate it“. Wel na vandaag kunnen we alleen maar met de grote L van Love spreken. Hoe het verder zal evolueren zullen we moeten afwachten want Mumbai heeft de reputatie de meest verwesterde stad te zijn van India. We houden ons hart vast voor de rest van het land.

We doorkruisen Mumbai van Oost naar West en van Noord naar Zuid en krijgen al een behoorlijke indruk van deze bruisende stad. We verslijten bijna een nieuw paar schoenen en klokken een heel eind af boven de vijfentwintig kilometer. We laten ons verloren lopen op de versmarkt van de wijk Colaba. We zijn al een en ander gewoon, maar ook deze markt streelt – of beter – prikkelt onze zintuigen zoals alleen Aziatische markten dit kunnen.

Chowpatty beach

We laten ons verleiden in een plaatselijk etablissement op overheerlijke plaatselijke gerechten, om daarna met volle energie de kustlijn verder af te lopen in een verzengende hitte tot Chowpatty beach, waar jonge koppeltjes elkaar de eeuwige liefde zweren en wij bij menig Indiër vereeuwigd worden op hun smartphones. Onderweg kan Hilde nog wat extra aan-de-Indiase-norm kleren kopen voor een prikje. Als ik Hilde mijn zegen wil geven in haar kleedhokje word ik door de winkeldame met klem teruggefloten. “No man allowed.”

We slepen onszelf nog tot aan de hangende tuinen waar een koele avondbries plaats maakt voor de verzengende hitte die ons de hele dag op de hielen zat. De laatste twintig kilometer terug naar het hotel besluiten we een taxi te nemen waar we een duik nemen in een emmer met bijhorend kannetje om ons op te frissen. Misschien wat voorhistorisch, maar niet minder verfrissend.

Chowpatti beach
Chowpatti beach

Chicken masala

We sluiten af in een eetgelegenheid recht tegenover ons hotel, waar we onze eerste chicken masala en naan brood verorberen en voor al deze overvloedige spijs en drank minder dan tien euro betalen. Een rekensom vertelt ons dat er achteraf serieus aan ons gewicht zal moeten gewerkt worden.

Crawford Market en de bazaars

Dit klink alsof je in een winkelparadijs terecht komt zoals een van de vele malls die we in de Verenigde Arabische Emiraten aandeden, toch ook deze markt is er een die alle westerse verbeelding tart. Noch ons foto-, noch ons filmmateriaal kunnen onmogelijk meegeven wat we hier zien en ruiken. We zweren vandaag bij vegetarisch. En net zoals je de gaspedaal bij het zien van een ongeluk voorzichtiger streelt en twee kilometer verder gewoon weer plankgas geeft, net zo is het met onze carnivoor-ingesteldheid gesteld. Tegen de middag wordt er niet meer vegetarisch gedacht.

Versmarkt in Koaba
Versmarkt in Koaba

NMIS

We besluiten na deze beproeving van onze zintuigen via de Gateway of India met het bootje naar Elephanta Island te varen. Voor het zover is passeren we eerst langs de NMIS, zowat het broertje van onze NMBS. Mij ga je niet meer horen klagen als ik van Brussel tot Mechelen moet recht staan. Ik weet niet hoeveel passagiers hier per vierkante meter worden geteld, maar ik ben verbijsterd als ik zie hoe wiskundige logica hier niet te vereenzelvigen is met het aantal passagiers dat uit een trein stapt.

Maar goed, we riskeren ons een tocht met de boot, in de hoop dat de passagiers hier allemaal een stoeltje hebben om op te zitten. De boten varen af en aan en de hoeveelheid mensenzee die naar het olifanteneiland wordt gevaren is indrukwekkend.

We laten ons meeslepen in dit verhaal en genieten voor tien roebel extra (zowat tien eurocent) van een plaatsje op het dek van deze aftandse boot en van de koelere zeebries op de Arabische Zee.

Elephanta Island

Na ongeveer een uur varen worden we op het olifanteneiland vergast op een horde hardleerse verkopers, apen, schurftige honden en heilige koeien. Ik weet niet precies in welke volgorde de meest opdringerige zijn. De verkopers houden we af met een zinnetje dat ons al veel plezier deed beleven: Nahie shejee (fonetisch voor: neen, dankjewel). De apen beroven de naïeve toerist die zich laat verleiden met onschuldige hapjes. De heilige koeien staan in de rij te bedelen voor een stuk groen, omdat ze precies weten dat de brave Indiërs hun geen strohalm in de weg leggen (Ik zeg nog altijd niet nee tegen een serieuze hap uit die heilige beesten). En last but not least hebben we onze blaffende viervoeters die de restjes van de apen, koeien en onoplettende toeristen wegkapen.

Dat we hier met een lichte vorm van discriminatie te maken hebben kan de pret niet bederven. Buitenlanders betalen 500 roepie, terwijl Indiërs er met 30 afkomen. Ach, € 6,- is niet veel, al voel je je wel een beetje een westerse melkkoe.

Ook vandaag moet ik weer talrijke keren mee op de foto. Sommigen doen het in het geniep, andere komen het bedeesd vragen. Ik zie andere toeristen passeren zonder dat die worden lastig gevallen. Ligt het aan mijn wilde grijze haren, mijn gelijkenis met happy boeddha, is het mijn teddybeergehalte zoals sommigen mij al eens willen laten geloven, of is het gewoon karma… Ben ik een brave mens geweest in mijn vorige leven(s)? Nvdr: Commentaar hierover wordt niet gepubliceerd ?.

Het hoogtepunt van Elephanta Island is de grottempel met de beeltenis van Shiva. Onze reisgids – de rough guide – vermeldt dat je daar de drukte van de stad kan ontvluchten, maar Mumbai is geheid minder druk dan dit eiland. We vonden het alvast de moeite om te trotseren.

Fort

Tegen de tijd dat we in Mumbai zijn is de dag gewisseld. We wandelen via de wijk Fort terug naar ons hotel. Onderweg worden we vergast op enkele Indische zondagse taferelen, van cricket op straat tot koelies die hun zuurverdiende centen ten gelde maken aan westerse dranken en gezworen vrienden die hand in hand zich op zondag ledig houden met wandelen.

Een van de vele streetfood kramen krijgt onze volledige aandacht. Een verkoper rolt een of ander blad op met honderd en een kruiden. Als ik er een filmpje van maak kan ik natuurlijk niet anders dan er zelf eentje proberen. Mijn nieuwsgierigheid is groter dan mijn angst voor toerista. Ik word aangemoedigd door een massa Indiërs die op deze commotie afkomen. Het blijkt om een digestief te gaan (zonder alcohol). Bijna iedere hoek van de straat is beslagen met een verkoper van dit eigenaardig goedje, dat naar ik meen begrepen te hebben, ‘PAN’ heet. (Misschien kunnen andere Indiareizigers mij corrigeren.)

We sluiten de dag af in een lokale eetgelegenheid waar Engels niet meteen de voertaal is. Als we na het eten nog een extra glas vragen en een ingepakt wijnglas krijgen in plaats van nog wat wijn, moet ik Shiva en alle andere grootheden aanroepen om niet in proesten uit te barsten.

Samengevat, vandaag weer een superdagje ge-indiaad. (Voltooid deelwoord dat waarschijnlijk niet bestaat maar wie gaat mij hier tegenspreken. ?)



Booking.com

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deel onze weg

2 gedachten over “Liefdesverklaring van een oververhitte douanier”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *