Tagarchief: Quechua

Metro in de lucht

Internationale luchthaven?

Foto’s La Paz

Rond half negen nemen we afscheid van onze gastvrouw in de leuke B&B van Sucre, ze belooft dat ze in Katelijne zal langskomen als ze naar België afzakt om te komen studeren in Antwerpen. Om acht uur dertig staat de taxi voor de deur die ons naar de ‘Aeropuerto Internacional Alcantari’ brengt. Dat internationaal ontgaat ons een beetje, ze is een voorschoot groot en als er twee vliegtuigen op het tarmac staan zit het bakje vol. De meeste taxi’s – en zo ook weer deze – rammelen bijna helemaal uiteen. Ik ben altijd blij dat we de eindmeet halen met die roestbakken.

De luchthaven is trouwens op meer dan 4000 meter gelegen en ik voel weerom een stekende koppijn. Ik neem een pilletje voor de hoogte en ik voel die miserie zo wegtrekken.

Formaliteiten

Op de luchthaven lezen we wat om de tijd te doden en voor we het weten krijgen we het sein om in te schepen. Niet voordat we eerst de veiligheid moeten passeren. Dit is eigenlijk wel een grap, hier hebben ze duidelijk nog niet met terrorisme te maken gehad. Gelukkig maar. Ik mag mijn laptops in mijn rugzak laten steken en de twee flesjes water die we bij hebben moeten we eigenlijk ook niet afgeven. De formaliteiten verlopen dus zeer snel en daardoor vertrekt de vlucht zomaar eventjes meer dan een kwartier vroeger dan voorzien.

Ik zie vanuit de lucht welk een toeren de bussen hadden moeten uithalen om hier te geraken en ik denk zo bij mezelf: ik zie hier 15 uur bus onder mij voorbij glijden in 50 minuten.

We landen in La Paz en tien minuten later zitten we in een taxi die ons op minder dan dertig minuten 500 meter lager afzet in ons nieuw hostel. La Paz is wel iets eigenaardig. Ik hoop dat de foto’s het een beetje duidelijk maken want dit is toch wel iets speciaals.

Aymara
Een Aymara op de ‘mercado de las brujas’

Witches market

We kappen onze rugzak af en verkennen onmiddellijk de stad, onderweg kunnen we het toch niet laten om in een Engelse pub iets te eten en te drinken. Daarna vervolgen we onze weg naar de Witches market, waar een overvloed aan kleuren de straat kleurt.

Muslera

We bezoeken weerom maar eens een Franciscaner klooster… hier moeten begot heel wat broeders en paters geleefd hebben. Hier wonen er trouwens nog echte. We krijgen een rondleiding in het Engels en dat maakt het voor mij iets gemakkelijker om te volgen. Ik begin zo hier en daar wat gesprekken te volgen in het Spaans, maar in het Engels is het toch iets comfortabeler, en bovendien moet Hilde niet altijd voor vertaler spelen. We kruipen ook deze keer weer bovenop het dak waar de muslera zij aan zij liggen, dit is een dakpan die op de alom gekende Spaanse dakpannen gelijken, maar deze zijn gevormd op het dijbeen van de maker. Vandaar natuurlijk muslera… gemaakt op de spieren.

Ook krijgen we heel wat schilderijen te zien vooral van de madonna met (halve maan omhoog) of zonder kind (halve maan omlaag), toch de meesten zijn anoniem, omdat ze zijn gemaakt door de inheemse bevolking die noch kon schrijven, noch kon lezen. Eentje tekent onderaan met zijn zelfportret. De inheemse bevolking hier is niet Quechua, maar Aymara.

Luchtmetro

De stad is gebouwd op zo’n hoogteverschillen en toch is alles eenvoudig bereikbaar. Niet met een gewone metro, of met een taxi, die hier ook wel rondrijden, alsook, kleine bussen en trufi’s, maar de stad is helemaal bereikbaar met een luchtmetro… kabelbanen. Er zijn een stuk of vijf à zes lijnen in verschillende kleuren, een beetje naar analogie van de metro’s en je kan van de ene op de andere overstappen. Het is niet mijn lievelingstransport maar we laten ons toch verleiden om de hele stad te doorkruisen, bovendien nog eens van lijn te wisselen en zowaar ons naar het hoogste punt te laten trekken. Je hebt een prachtig zich over de stad in deze karretjes, maar telkens je een piloon passeert is het toch even slikken. Aan het eindpunt hoog boven de stad bevindt zich een mirador vanwaar je een goed overzicht hebt.

La Paz
La Paz

In het terugkomen stoppen we aan de tweede halte en lopen vandaar via een straat met restaurants en gezellige bars terug naar ons hotel.

Toerista

Ondertussen heb ik mij al een paar keer moeten reppen om een toilet te vinden… de toerista heeft toegeslagen. Ik heb al twee keer het recept van het tropisch instituut uitgeprobeerd zonder veel resultaat. Ik stop in ons hostel om uit te rusten terwijl Hilde nog een broodje gaat halen in de pub.

Hopelijk is het morgen een stuk beter want dan klimmen we weer in een vliegtuig, deze keer echter een heel kleintje om ons naar onze volgende bestemming te brengen diep in het Amazonewoud.

We zoeken het hogerop

Hoogst gelegen stad ter wereld

Foto’s Potosí

Potosí, de hoogst gelegen stad ter wereld, op zo’n 4060 meter hoog. Bekend vooral voor het zilver. Er zijn hier nog enkele actieve zilvermijnen, die zelfs kunnen bezocht worden. De veiligheid schijnt nogal aan het toeval overgelaten te worden, dus beslissen we om ze toch maar niet te bezoeken, we nemen zo al genoeg risico’s.

Uitlaatgassen

Het is een geweldig leuke stad, maar de nauwe straatjes en het toch drukke verkeer, met in het bijzonder de microbussen, zorgen nogal voor wat uitlaatgassen. Hilde loopt zelfs dikwijls met haar zakdoek voor haar mond.

Quechua

In het eerste gebouw dat we bezoeken, de ‘Torre de la Compañia de Jesús’ krijgen we een mooi overzicht over de stad, een mirador zoals ze hier zeggen. Ons ticket kunnen we bewaren om vanavond de stad in het donker te komen bekijken. We lopen de rest van de voormiddag de stad plat en vallen van de ene verwondering in de andere. Allemaal prachtige gebouwen met zowel Spaanse invloeden als de kleurrijke aanvullingen van de inheemse bevolking, waaronder de Quechua.

Medicijnenzakje

We bezoeken nog wat apothekers om onze medicijnenzakje wat aan te vullen. En kuieren nog wat door de stad van de ene bezienswaardigheid naar de andere. Ook de Mercado Central is een aangename stop, het heeft een totaal andere setting dan de markten die we tot nu toe bezochten.

Mercado central
Mercado Central

Zilverwerk vol met coca

We mislopen onze afspraak in de voormalige muntslagerij van Bolivia ‘Casa de la Moneda’, maar vlak na de middag krijgen we nog een tweede kans om het museum te bezoeken. Deze keer zijn we wel op tijd, de poort is zelfs nog gesloten als we er voor de tweede keer arriveren, we willen natuurlijk geen tweede keer een blauwtje lopen. Aan de ingang zit een oude Boliviaanse vrouw die zilverwerk verkoopt. Ze houdt haar zakje cocablaadjes vast, waarvan ze een voor een de nerf uit het blad haalt alvorens ze dit in haar mond steekt. Ze ziet dat ik haar in het oog houd en ze vraag of ik enkele blaadjes moet hebben. Natuurlijk wil ik het wel eens proberen zonder die bittere nerf. Ze geeft me een handvol en ze is maar wat blij met die twee Boliviano die ik haar geef. Ik probeer het dus terug op de juiste manier door de nerf te verwijderen en het smaakt al een stuk beter, niet in die mate dat ik er verslaafd zal aan geraken. Mijn benen voelen precies al wat lichter aan en volgens Hilde is de schelmerij in mijn ogen nóg meer toegenomen😉.

Veiligheidsagent

Het museum zelf is meer dan de moeite waard, een wandeling door de geschiedenis van het slaan van munten. We krijgen zelfs een rondleiding in het Engels en worden op de voet gevolgd door een veiligheidsagent…

Mirador

De kathedraal is open tot 17 uur, dus we besluiten die eerst te bezichtigen alvorens we naar Museum Santa Theresa gaan. Ook voor een rondleiding krijgen we een persoonlijke gids mee. We zijn trouwens alleen in de kathedraal en dat geeft toch een bijzonder sfeertje. Ook de mirador boven in de klokkentoren met zicht op de stad is zeker de moeite waard, maar de hoeveelheid trappen die we vandaag slikken begint buiten alle proporties te geraken.

El Cerro Rico
El Cerro Rico

Thee

Aangezien we tot zeven uur dertig hebben voor Santa Theresa, beslissen we om eerst een koffie te gaan drinken, ons middagmaal hebben we geskipt en onze magen beginnen toch te reclameren. We nemen een versnapering in een leuke bistro, daarbij nemen we nog een thee, op basis van… juist, cocablaadjes. Precies gewone thee, en ik voel niks.

Kloostergang

We komen pas in het klooster museum van Santa Theresa aan om 17u30 en wat blijkt… dat de toer anderhalf uur duurt en dat ze sluiten om 18 uur. We nemen toch een ticket omdat we de kloostergang willen bezichtigen. Als we in die kloostergang wat foto’s aan het nemen zijn, komt er toch een nonnetje achter ons gelopen met een mandje vol sleutels en ze laat ons op een drafje alle hoekjes en kantjes van het klooster zien… Ze moet elke deur openmaken met een andere sleutel en achteraf weer afsluiten. ’t zal mijn hoog knuffelgehalte weer geweest zijn zeker. Wat er ook van zij, zeker de moeite waard.

Mirador bij nacht

’s Avonds sluiten we af in het ‘Torre de la Compañia de Jesús’ waar we nog recht hadden op een bezoek aan de mirador bij nacht. Het zicht op de verlichte stad is een voltreffer.

Potosí by night
Potosí by night

Longoedeem

De cocktail van te veel trappen, te veel luchtvervuiling en de grote hoogte, maakt dat ik ’s nachts moeite heb om te ademhalen. De angst slaat mij om het hart als ik op internet zoek wat het probleem zou kunnen zijn, en vooral hoe we het kunnen oplossen. Dokter internet is nooit een goed idee en zo is het ook deze keer niet. Er wordt gesuggereerd dat het wel eens longoedeem zou kunnen zijn, temeer dat het gepaard gaat met tintelingen in het gelaat. Mijn lippen en nagels zien nog niet purper, maar ik voel mij toch niet gerust. Iedere keer ik mij toch probeer neer te leggen is het of mijn luchtpijp toevalt. Ik doe de hele nacht geen oog dicht. Gelukkig verhuizen we vanmorgen naar de wettelijke hoofdstad van Bolivia: Sucre, dat toch een stuk lager ligt (2850 meter).